Hoefsmederij Bart Buurkes

Zuiderzeestraatweg 97
8085 AC Doornspijk

Tel.nr.: 06 13778475
E-mail: bart@hoefsmederijbartbuurkes.nl
Web: www.hoefsmederijbartbuurkes.nl
KvK: 08171403
Informatie over: Hoeven en hoefbeslag
Veulens

Veulens worden geboren met gezonde hoeven, die geprogrammeerd zijn op een bestaan in het wild. Vanaf de tweede dag moeten veulens al met de kudde mee kunnen. De afstand die een kudde per dag aflegt is vaak meer dan 30 km. Gedomesticeerde veulens worden, als ze geluk hebben, buiten geboren. Zij zijn geen onderdeel van een trekkende kudde, maar hoogstens van een groep in een klein begrenst gebied. Hierdoor groeit een veulenhoef erg hard. Zelfs zo hard dat er vaak te veel wand is.

Hoe zorgen we voor een optimale gang en stand, voor het opgroeiende veulen?

Op erfelijke aanleg hebben we geen invloed, maar er zijn diverse zaken waar wel op gelet kan worden bij het opgroeien van een veulen, zoals huisvesting, voeding en hoefverzorging.

Huisvesting


Veulens moeten zo veel mogelijk met soort- en leeftijdsgenoten in de open lucht opgroeien. Een groep paarden van verschillende leeftijden, in een ruime omgeving stimuleert veulens met elkaar te spelen. Dit spelen is erg van belang. Uit onderzoek blijkt dat een veulen dat op deze manier opgroeit minder kans heeft op problemen zoals OCD (een gewrichtsaandoening die op jonge leeftijd ontstaat).

Hoefverzorging van veulens


Voor een optimale ontwikkeling van de hoef is het dan ook van belangrijk dat hoeven regelmatig gecontroleerd worden. Veulens hebben aan het gewrichtsuiteinde van botten, groeikraakbeen, ook wel de groeischijven genoemd.
Onder invloed van hormonen en enzymen worden hier nieuwe botcellen aangemaakt, waardoor het bot in de lengte groeit. Langzaam verbenen de groeischijven. Het zachte, veerkrachtige kraakbeen krijgt dan net als de rest van het bot een sterke en stevige botstructuur.
Dit verbenen gebeurt al in de baarmoeder en gaat door tot het paard lichamelijk volgroeid is. Het verbenen of sluiten van de groeischijven begint onder in het lichaam en gaat van onder naar boven. Dit proces duurt tot het veulen zo’n 2,5 tot 3 jaar is geworden.
De groeischijf van het hoefbeen is bij de geboorte al gesloten, daarna volgt van 0 tot 6 maanden het kroonbeen, van 6 maanden tot 1 jaar het kootbeen, van 8 maanden tot 1,5 jaar het pijpbeen, gevolgd door de voorknie op de leeftijd van 1,5 tot 2,5 jaar, gevolgd door de onderarm op de leeftijd van 2 tot 2,5 jaar.

Het is dus duidelijk dat standcorrecties zo vroeg mogelijk gedaan moeten worden!
Het is dus verstandig om de hoefsmid al binnen een paar weken na de geboorte van een veulen te laten komen. In het eerste levensjaar zal de hoefsmid meerdere keren moeten komen om bijvoorbeeld een verkeerde hoefstand te corrigeren.

De groeisnelheid van de botten neemt snel af. Een veulen van zes maanden is immers al op de helft van zijn volwassen lichaamsgrootte. Het is daarom verstandig om vanaf de vierde dag na zijn geboorte te beginnen met af en toe de voetjes op te tillen, zodat het dier hier al aan gewend is, wanneer de hoefsmid komt.

Taak van de hoefsmid

Bij veulens is de taak van de hoefsmid hoofdzakelijk om de natuurlijke slijtage te simuleren. Daarnaast zorgt hij er natuurlijk voor dat de stand goed is en blijft, want deze is bepalend voor de rest van het leven van het paard. Bovendien is de stand bij een groeiend veulen geen statisch iets, het verandert constant en soms abrupt als gevolg van een trauma.
De stand wordt bijvoorbeeld beïnvloedt doordat veulens erg hoog op de benen staan en moeilijk bij het gras kunnen. Ze verzinnen de raarste houdingen om wel bij het gras te kunnen, deze houdingen geven zulke scheve belastingen in de hoeven dat daardoor gemakkelijk de stand kan veranderen.
Als eigenaar / verzorger is het daarom belangrijk om ook tussen de bezoeken van de hoefsmid regelmatig op de hoeven te letten. Kleine standcorrecties kunnen met een mes en/of rasp door een kundige hoefsmid gedaan worden.
Waarom hoefijzers?

Hoefijzers moet je zien als schoenen. Ze beschermen de hoeven van de paarden tegen slijtage op de harde weg. In het wild hebben de paarden de ijzers niet nodig. Daar lopen ze niet over het asfalt. Paarden krijgen dus hoefijzers onder om slijtage tegen te gaan, maar ook tegen het strijken van de benen en om sportprestaties te verhogen. Vertel de hoefsmid daarom altijd waar het paard voor wordt gebruikt, zodat hij het juiste beslag gebruikt.


Warm beslag

Een paard kan warm of koud beslagen worden. Bij koud beslag slaat de smid het ijzer in de juiste vorm, zonder het te verwarmen in een vuur. Ik werk in hoofdzaak met warm beslag, maar koud beslaan is geen probleem. Aangezien het hoorn van de hoef een slechte geleider voor warmte of koude is, kan er geen schade optreden bij warm beslag.

Ook wordt bij het opnieuw beslaan van het paard de slijtage van het vorige ijzer bekeken, om met het nieuwe ijzer, de stand van de voet te corrigeren.
Werktuigen

De basis van de werktuigen die een hoefsmid gebruikt, wordt gevormd door een gasoven, een aambeeld, een boormachine, een tapmachine en een schuurband. Daarnaast gebruikt hij uiteraard hamers, allerlei tangen, kapmessen en raspen.